Wetgeving over monumentenzorg is dermate ingewikkeld dat zij alleen voor specialisten is te begrijpen. Duco Stadig pleit voor goede publieksinformatie, zodat ambtenaren, burgers en bedrijven hun weg weten te vinden. De RCE heeft daarvoor een brochure, maar daar zit een ernstige fout in. Hij baseert zich op een (grotendeels) waar gebeurd verhaal.

De heer Nooitgedacht is eigenaar van een monument. Bij een inspectie voor het periodieke schilderwerk wordt geconstateerd dat één raamkozijn dermate is verrot dat het moet worden vervangen. Dat is normaal onderhoud en Nooitgedacht heeft gehoord dat dit vergunningvrij is, maar voor de zekerheid raadpleegt hij de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) – de wet waar alles in moet staan. In artikel 2.1 van de Wabo ontdekt hij dat wat hij van plan is uit twee onlosmakelijk verbonden activiteiten bestaat:

sub a. ‘het bouwen van een bouwwerk’,

sub f. ‘het … verstoren … of in enig opzicht wijzigen van een beschermd monument’.

Beide zijn zonder vergunning verboden, maar in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) zijn categorieën aangewezen waarvoor dat verbod niet geldt.

Die AMvB is het Besluit omgevingsrecht (Bor). Daar vindt Nooitgedacht in art. 2.3.2 dat bouwen vergunningvrij is in de categorieën die genoemd zijn in artikel 2 van bijlage II.

In dat artikel wordt een hele waslijst van kleine activiteiten vergunningvrij verklaard, maar dat geldt voor gebouwen in het algemeen. Voor monumenten wordt die lijst in artikel 4a van diezelfde bijlage sterk ingeperkt, maar onder andere het volgende onderdeel blijft over: vergunningvrij is ‘gewoon onderhoud van een bouwwerk, voor zover detaillering, profilering en vormgeving … niet wijzigen’. De heer Nooitgedacht is blij, want hij wil inderdaad een identiek gevormd kozijn terugplaatsen.

Maar hoe zit het met zijn voorgenomen monumentenactiviteit? Daarover zegt artikel 2.5a van het Bor dat geen vergunning nodig is in de categorieën genoemd in artikel 3a van bijlage II. Dat artikel zegt dat gewoon onderhoud zoals bedoeld in artikel 2 onderdeel 1 vergunningvrij is als materiaalsoort en kleur niet wijzigen. Nooitgedacht concludeert dat hij het kozijn dus niet zonder vergunning kan vervangen door een kunststof kozijn. Dan wordt het hout, de schilder kan niet wachten.

De heer Nooitgedacht is blij want hij kan zonder vergunning aan de slag. Voor de zekerheid legt hij zijn conclusie voor aan een deskundige. Die helpt hem uit de droom: voor wat betreft de activiteit bouwen is zijn conclusie juist, maar de monumentenactiviteit valt niet onder artikel 2.1 van de Wabo: zijn monument is een gemeentemonument en daarvoor is in de Wabo een apart artikel opgenomen – artikel 2.2. Daarin staat dat het verboden is om zonder vergunning een activiteit uit te voeren die geheel of gedeeltelijk bestaat uit het ‘in enig opzicht te wijzigen enz. van een krachtens een gemeentelijke verordening aangewezen monument, indien de gemeentelijke verordening dat verbiedt.’

Nooitgedacht moet dus zoeken in de gemeentelijke Erfgoedverordening. De genoemde artikelen 5a (Bor) en 3a en 4a (bijlage II) zijn enkele jaren geleden ingevoegd in het kader van de Modernisering Monumentenzorg, maar het is nu de vraag of de gemeente dat in haar verordening ook zo heeft geregeld. We zijn nu enkele jaren verder, maar nog lang niet alle gemeenten hebben dat gedaan, blijkt uit het relaas van de deskundige.

Het monument in kwestie ligt in de gemeente Amsterdam en in de Erfgoedverordening uit 2013 vindt Nooitgedacht artikel 10:

Erfgoedverordening 2013 gemeente Amsterdam

De heer Nooitgedacht concludeert dat zijn voorgenomen monumentactiviteit onder lid 2a valt en gaat aan de slag. Voor de zekerheid meldt hij dat bij Bouw- en Woningtoezicht (BWT)van de gemeente. Dan weten ze ervan. De ambtenaar van BWT zegt dat hij een vergunning dient aan te vragen. Nooitgedacht wijst hem op artikel 10 lid 2a van de Erfgoedverordening, waarop de ambtenaar zegt dat als meneer denkt dat zijn kozijnvervanging onder dit artikel valt, hij zijn gang maar moet gaan. Maar wel op eigen risico. Nooitgedacht begrijpt niet wat dat betekent, maar geeft opdracht voor de vervanging van het kozijn.

Het kozijn is vervangen en de schilder is druk bezig. Maar het antwoord van de BWT-ambtenaar blijft knagen. De heer Nooitgedacht raadpleegt weer zijn deskundige en die wijst op een brochure van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) met de titel Vergunningvrij voor professionals. In de brochure leest Nooitgedacht dat vervanging van een kozijn helemaal niet vergunningvrij is. Slechts repareren door ‘aanlassen’ is dat wél. Nooitgedacht is geschokt: hij heeft de wet overtreden!

In gewetensnood raadpleegt hij weer zijn deskundige. Die is wel een beetje verbaasd want hij meent dat enkele jaren geleden bij de operatie Modernisering Monumentenzorg (Momo) dit anders was geregeld. Samen gaan ze op zoek. Ze vinden het Besluit van 5 juli 2011, Staatsblad 2011-339. Dat is de AMvB die de beleidsbrief Momo uitvoert. Onder meer wordt hier artikel 2.5a in het Bor ingevoegd. In de bijbehorende Kamerstukken vinden ze de Nota van toelichting. Daarin staat het volgende:

Staatsblad 2011-339

De heer Nooitgedacht is opgelucht: hij heeft volgens de wet gehandeld. Maar hij concludeert ook dat de RCE met haar brochure informatie geeft die in strijd is met wat die wetgever uitdrukkelijk heeft bedoeld. Dat is een ernstige zaak.

Het relaas van de heer Nooitgedacht legt een aantal pijnpunten bloot. Allereerst: de onderhavige wetgeving is alleen voor specialisten te begrijpen.

Er is een vertaling naar ambtenaren, burgers en bedrijven nodig. De brochure van de RCE (gemaakt in overleg met de VNG) is daarvoor bedoeld, maar deze dient alsnog aan de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever te worden aangepast. Tot slot: de gemeente Amsterdam heeft haar Erfgoedverordening aan Momo aangepast, maar veel andere gemeenten hebben dat nog niet gedaan. Het is wenselijk dat ze dit snel doen. Kan de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) een initiatief nemen?

Annette WiesmanDuco Stadig (1947) studeerde economie (doctoraal, cum laude) en rechten (kandidaats) aan de VU Amsterdam. Van 1976 tot 1994 was hij secretaris van de Amsterdamse Federatie van woning-corporaties waar hij een coördinerende rol vervulde bij de woning-productie en de stadsvernieuwing. Van 1994 tot 2006 was hij wethouder van volkshuisvesting, stadsvernieuwing, ruimtelijke ordening en grondzaken Amsterdam. Hij is tegenwoordig werkzaam als strategisch beleidsadviseur bij Colliers International.