Villapark Bloemendaal. Afbeelding via historischeinterieursamsterdam

Afbeelding: Villapark Bloemendaal via historischeinterieursamsterdam.wordpress.com

Vier economen hebben een boek gepubliceerd over de Nederlandse stedenbouw: Groei & krimp. Hun logica is glashelder. Zij hebben gekeken naar de ontwikkeling van de prijs van een vierkante meter woonruimte. Die was in Amsterdam natuurlijk spectaculair de afgelopen jaren, ondanks de crisis. Dus, zo luidt hun conclusie, Almere is een gigantische vergissing geweest, want daar schiet het niet op met de prijs van een huis. Met andere woorden: de stedenbouw moet gedicteerd worden door de woningmarkt. U vraagt, wij bouwen. Zo werkte de stedenbouw in de negentiende eeuw. Het Gooi en de duinstreek werden volgebouwd met villa’s en in Amsterdam verrezen de grote arbeiderswijken met minimale woningen in droevige straten.

Kapitalisme
Zou het echt verstandig zijn om terug te keren naar ongebreideld kapitalisme in de Nederlandse stedenbouw? Om te beginnen moet dan natuurlijk het bestemmingsplan afgeschaft worden, zodat ondernemers in de Amsterdamse Jordaan vijf percelen naast elkaar of een heel bouwblok kunnen kopen om hoogbouw te realiseren. Daar is immers de vraag naar vierkante meters het grootst. Zo is Manhattan ontwikkeld. Ook alle resterende groengebieden rond de stad mogen volgebouwd worden, want die agrarische bestemming is natuurlijk niet meer van deze tijd. Het zal de economie van Amsterdam vermoedelijk geen kwaad doen.

Een sociaal project
Maar ons land heeft nou juist een eeuw lang een heel ingewikkeld systeem van regels ontwikkeld, de ruimtelijke ordening, om wildgroei in de stedenbouw in te tomen. Het streven was om de stad ook bewoonbaar te maken, met eengezinswoningen (niet alleen voor rijke mensen), veel groen en aangenaam gesitueerde scholen. Men had wel oog voor de economie maar de stedenbouw werd toch vooral beschouwd als een sociaal project. Het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam uit 1935 streefde naar een optimaal evenwicht tussen economie en sociale woningbouw. Dat evenwicht staat nu ter discussie.

De onbewoonbare metropool
De hooggeleerde economen pleiten voor meer woningbouw in en om Amsterdam, Almere is de verkeerde plek. Daarbij vergeten zij dat bouwen in Amsterdam erg duur is, de prijs van de bouwgrond vormde altijd een probleem voor het realiseren van betaalbare woningen. In Almere hebben veel Amsterdamse gezinnen met een bescheiden inkomen een eengezinswoning met tuin kunnen betrekken, juist omdat de prijs van een vierkante meter woonruimte beduidend lager is dan in Amsterdam. Is dat verkeerd? Almere is misschien niet ideaal, maar de keuze om het spreidingsbeleid van de ruimtelijke ordening radicaal overboord te zetten, zal alleen maar problemen creëren. De klassieke problemen van een onbewoonbare metropool, waarin alleen schatrijke mensen fijn wonen, met een sappelende middenklasse en een groeiend leger daklozen.

Donald Trump
Het is mij niet duidelijk wat daar zo aantrekkelijk aan is. Maar het lijkt alsof ook in Nederland steeds meer mensen geloven in de stedenbouw waarmee Donald Trump zo schandelijk rijk is geworden. Zelfs deftige academisch gevormde mensen als Coen Teulings. De prijs van een vierkante meter woonruimte kan toch niet bepalend zijn voor de ruimtelijke ordening in ons land? Er is toch meer?

Deze column verscheen eerder op de website van het Nationaal Renovatie Platform (nrp.nl) onder de titel De stedenbouw van Donald Trump

Vincent van Rossem Vincent van Rossem (1950) is architectuurhistoricus bij Bureau Monumenten & Archeologie en hoogleraar Monumenten en stedenbouwkundige vraagstukken van de periode sinds de 19de eeuw in het bijzonder in de stad Amsterdam aan de UvA.