‘Facadisme’, een vorm van stedelijke herontwikkeling waarbij behoud van historische gevels voorop staat terwijl de achterliggende structuur compleet getransformeerd of zelfs gesloopt wordt. Facadisme wordt vaak besproken in denigrerende termen, maar waarom kan de strategie geen rol spelen in het behoud van erfgoed?

'Facadisme' in Sydney. Foto: New Town Grafitti via Flickr

‘Facadisme’ in Sydney. De gevel wordt behouden, maar wat verrijst erachter? Foto: New Town Grafitti/cc by nc/flickr


Voor- en tegenstanders 

Het lijkt de alledaagse realiteit: we bekijken de gebouwde omgeving aan de hand van haar facades, slechts een idee gevend van wat hierachter schuilt. Hoe weten we of de facade een eerlijke reflectie is van het gebruik van het gebouw en haar interne structuur, en is het een probleem als dat niet zo is? Deze intrigerende vraag is van toepassing bij het fenomeen ‘facadisme’, een vorm van stedelijke herontwikkeling met als doel het behoud van historische gevels. Hierbij wordt de achterliggende structuur compleet getransformeerd of zelfs gesloopt.

Facadisme ontlokt contrasterende geluiden vanuit verschillende disciplines. Onder andere ontwikkelaars, erfgoedzorgers en architecten hebben hun voors en tegens. Jonathan Richards stelt in zijn boek Facadism (1994) het volgende: “(…) it allows developers to replace accommodation which may not meet their marketing requirements, because of its size, style or image, with buildings more adaptable and appropriate to their needs.” Daartegenover staat een argument van Alan Dobby, uit zijn boek Conservation and Planning (1978): “Facadism prevents new architectural styles from evolving and reduces buildings to mere elevations or self parodies”. Een ander bezwaar tegen facadisme is dat het exterieur geen eerlijke reflectie is van het interieur, of dat de facade simpelweg gebruikt wordt om de structuur te verbergen, in plaats van de structuur als architectonisch element in te zetten. Het resultaat is nep (Richards, 1994).

Op stedelijke schaal is het behoud van het vertrouwde straat- en/of stadsbeeld een voordeel van deze strategie. Het gewaardeerde straatbeeld blijft intact, ongeacht de ontwikkelingen achter de betreffende gevel(s). Deze benadering houdt echter weinig rekening met de interne structuur achter historische facades. Die bevat in de meeste gevallen ook cultuurhistorische waarden. Op de schaal van het gebouw blijkt de strategie van facadisme minder gunstig, het verstoort de relatie tussen de historische facade en de interne structuur. 


Een voorbeeld: General Post Office in Edinburgh

De restauratie van het voormalige ‘General Post Office’ uit 1861 in Edinburgh is in februari 2005 voltooid, met de grootst behouden ondersteunde gevel in Europa. Het ontwerp betreft een enorme ‘glazen doos’, geplaatst binnen de historische facades. Het behoud van het karakteristieke gevelaanzicht van het complex is erg belangrijk voor de stad Edinburgh. Het gebouw staat op een prominente locatie, het is ook één van de eerste aanzichten op de stad wanneer je aankomt per trein.

Het GPO als belangrijk onderdeel van het stadsbeeld, naast het Balmoral Hotel (met de klokkentoren). Foto: Ian Mackay/cc by nc/flickr

Het GPO als belangrijk onderdeel van het stadsbeeld, naast het Balmoral Hotel (met de klokkentoren). Foto: Ian Mackay/cc by nc/flickr

Graafmachines verwijderen de interne structuur. Op de achtergrond de gestutte gevels. Foto: © Peter Stubbs (www.edinphoto.org.uk)

Graafmachines verwijderen de interne structuur. Op de achtergrond de gestutte gevels. Foto: © Peter Stubbs (www.edinphoto.org.uk)

Resultaat na herbestemming. Foto: Hamish Irvine/cc by nc/flickr

Resultaat na herbestemming. Foto: Hamish Irvine/cc by nc/flickr

De facade is tijdens de werkzaamheden gestut door een enorme stalen constructie waarna de interne structuur ‘uitgehold’ is. Erachter zijn acht nieuw gebouwde verdiepingen met kantoorruimten en een centraal gelegen atrium gebouwd. De herontwikkeling maakte een einde aan een periode van leegstand en verval. Het bouwwerk blijft zo deel uitmaken van het historische stadsbeeld van Edinburgh. 


Een compromis tussen ontwikkelaars en erfgoedzorgers

Achter ingrepen zoals het voorbeeld in Edinburgh, gaat een vrijwel onvermijdelijke discussie over de juiste balans tussen behoud en ontwikkeling schuil. In het meest gunstige geval leidt het tot een compromis, waarbij transformatie en modernisering van het bestaande gebouw zijn toegestaan, onder voorwaarde dat de kenmerken met cultuurhistorische betekenis behouden blijven als onderdeel van het geheel. Echter lijkt het meest gangbare compromis om het exterieur te behouden maar de interne structuur te transformeren. Dit kan gezien worden als een bedreiging voor veel erfgoed. De facade is altijd onlosmakelijk verbonden met de interne structuur die vaak ook cultuurhistorische waarden bevat.

Steden met cultureel en historisch erfgoed worden geconfronteerd met een dilemma: krijgt de ontwikkeling als hedendaagse stad of het behoud van het erfgoed voorrang? De precaire balans tussen stedelijke ontwikkeling en erfgoedbehoud stelt ons steeds de vraag wat aanvaardbare ingrepen zijn en wat niet, en waar ligt die grens? Facadisme als vorm van stedelijke herontwikkeling is hierbij een strategie waarbij zowel het behoud van erfgoed als de (her)ontwikkeling van de hedendaagse stad een rol speelt, maar op een discutabele manier.

De meest genoemde reden voor facadisme als (her)ontwikkelingsstrategie is het behoud van het vertrouwde stedelijk landschap door het behoud van historische facades. Sociale, economische en esthetische aspecten zetten druk op een verouderd gebouw of complex en leiden vaak tot een transformatie van het pand. Denk hierbij aan het niet meer voldoen aan bepaalde wetten, de vraag naar prestigieuze gebouwen met moderne faciliteiten, economische rendabiliteit of de verwachting van het publiek. Sommige interieurs zijn echter zo vervallen vanwege verwaarlozing of opgelopen schade, dat deze niet te restaureren zijn. Facadisme maakt het in deze gevallen mogelijk de interne structuur op te waarderen naar hedendaagse eisen terwijl het stedelijk karakter behouden blijft. Echter, de integriteit van het historische gebouw of complex wordt onomkeerbaar aangetast. Op dit architectonisch niveau wordt de relatie tussen oud en nieuw – exterieur en interieur sterk op de proef gesteld. Hoe sluit de nieuwe structuur aan op de historische gevel?

Gebruik van facadisme op de schaal van het gebouw vraagt altijd een standpunt ten aanzien van de nieuwe relatie tussen interieur en exterieur. Het biedt kansen om juist nieuwe architectonische kwaliteit toe te voegen en is zeker goed te verdedigen als de interne structuur al flink is aangetast, of zelfs verdwenen. In dat geval is het behoud van de facade een haalbare manier om historische waarden te behouden. De waardevolle elementen in de facade en het historische stadsbeeld blijven behouden of worden versterkt wat winst betekent voor de gehele stad. De genoveerde of nieuw ontworpen interne vorm introduceert nieuwe kwaliteiten in de architectuur van het gebouw. Mits goed uitgevoerd kan facadisme dus een geslaagd compromis opleveren tussen een economische verantwoorde ingreep en behoud van culturele waarden.

 

Thomas Henry (1989) studeerde Architectuur aan de Technische Universiteit Eindhoven en schreef zijn masterscriptie over facadisme in de Werelderfgoedstad Querétaro (Mexico). www.thomashenry.nl /

Referenties:

Richards, J. (1994) Facadism. London: Taylor and Francis.
Dobby, A. (1978) Conservation and Planning. Cheltenham: Nelson Thornes Ltd.