Het lukte Zandvoort in de 19e eeuw met een Kurhaus, casino, schouwburg en winkelpassage aan het station een internationale elite aan te trekken. Waarom zien badplaatsen in Nederland er tegenwoordig allesbehalve chique uit?

Het Kurhaus, Scheveningen

Het Kurhaus, Scheveningen, vanaf de boulevard. Foto: tussen 1890-1905

Het Kurhaus, Scheveningen (2007)

Het Kurhaus, Scheveningen (2007). Foto: tracyelaine_cc_Flickr

Een rijke geschiedenis is iets waartoe je je moet zien te verhouden. Lange tijd heeft Scheveningen zich laten leiden door het snelle geld van het massatoerisme, waarbij elke neiging tot een samenhangende visie succesvol werd onderdrukt. Het Kurhaus bleef staan, temidden van casino’s en niet al te fraaie hoogbouwhotels, als verwijt aan de al te platte commercie. Het ging failliet en werd verkocht, net als de bouwvallige pier. De lelijkheid van de boulevard met als zwaartepunt het Gevers Deynootplein wordt tot in verre omstreken bezongen.

Sinds enkele jaren probeert de gemeente Den Haag het tij te keren. Eerst was de zuidkant aan de beurt, nu de noordkant. De plannen hebben het over “de geur van de zee de stad in laten waaien” en “het oproepen van een echt kustgevoel”. Dat verlangen is goed voorstelbaar als je ziet hoe kolossen de zee overal aan het zicht onttrekken en sombere schaduwen werpen op een plek waar het toch bij uitstek licht behoort te zijn. Van koud en stenig moet het gebied weer groen worden, om de uitgestorven flaneur terug te lokken naar zijn oude habitat.

Zou die nog ergens te vinden zijn, die flaneur? Mijn snobistische Haagse oma kwam graag in het Kurhaus, die suikertaart met vlaggetjes op de gewelfde daken en de vrolijke zonneschermen, die strandkermis voor de welgestelden van weleer. Maar zij werd gedreven door overerfde nostalgie, toen al.

Het eerste Kurhaus was een houten paviljoen uit 1818 aan de verlengde Badhuisstraat. Ook het na een brand herbouwde gebouw, eind negentiende eeuw, had dat feestelijke tent-gevoel in zich. Dit keer was het breed als een paleis, de armen van de vleugels verwelkomend opengestrekt naar de zee. Van armoedig vissersdorp groeide Scheveningen in rap tempo uit tot ontmoetingsplek voor de internationale jetset. In het boek Koninginnen van de Noordzee wordt beschreven hoe de elite in dit soort plaatsen de harde werkelijkheid ontvluchtte tussen de bijzondere gebouwen en het artistiek amusement. Overdag vanuit een privébadkoets te water, ‘s avonds diners en bals. Ibiza, maar duurder en minder bloot.

Wat is dat toch met badplaatsen, vraag je je af, met zusterplaatsen Zandvoort, Katwijk en Noordwijk in het hoofd, waarom zijn ze vaak zo troosteloos? Een van de oorzaken voor hun gebrek aan allure is de oorlog. Langs de kust sloopten de Nazi’s tijdens de oorlog op veel plaatsen hele stroken historische gebouwen vanwege de aanleg van de Atlantik Wall, de verdedigingslinie tegen de geallieerden. In Zandvoort verdwenen maar liefst 648 gebouwen. Daardoor zou je bijna vergeten dat ook de Zandvoortse boulevard vroeger een warm, historisch kloppend hart had. Al in de begintijd van het kur-toerisme, in 1823, werd hier een badhuis gebouwd  – met ‘zeebadkamers’, zodat kuurders niet dat enge buitenwater in hoefden. In 1878 werd begonnen met de ambitieuze bouw van een spoorlijn met Kurhaus, casino, schouwburg en een winkelpassage aan het station. Met al die luxueuze voorzieningen lukte het ook Zandvoort lange tijd om de internationale elite te trekken, zoals, om maar iemand te noemen, Keizerin Sissy.

Maar de komst van de trein betekende na een aantal decennia ook de ondergang van de Zandvoortse grandeur. Voor de rijke reizigers was de lol er af toen het massatoerisme eenmaal op gang kwam. Wat populariteit betreft streefde Zandvoort Scheveningen spoedig voorbij. Het verdwijnen van de eigen spoorlijn zorgde voor verder verval van de Zuid-Hollandse badplaats. Waar Zandvoort tegenwoordig staat voor plat vermaak, associëren we Scheveningen met vergane glorie.

Waar gaat ú eigenlijk liever te water? De pretentieloze badplaats, bevrijd van historische ballast of de plaats waar je constant wordt herinnerd aan een niet te evenaren verleden? Of beter: Waar zou u eventueel en desgevraagd – een stukje, het hoeft heus niet zo lang – willen flaneren?

Annette WiesmanAnnette Wiesman (1969) is zelfstandig journalist. Ze schrijft o.a. voor Trouw, Vrij Nederland, Elsevier Juist en het Financieele Dagblad. In 2013 publiceerde ze met Koos Havelaar bij NAi/010 Uitgevers het boek Herbestemming van postkantoren. Een nieuw leven voor de burchten van de post. Voor VOER schrijft ze elke zes weken een column over oude gebouwen en wat ze in ons losmaken. Annette Wiesman op twitter: @annettewiesman