Optreden in de talentenwedstrijd, Da Lang Fever, georganiseerd door INTI op de Shenzhen-HongKong Architectuurbiennale. foto: ZEUS photography.

Optreden in de talentenwedstrijd, Da Lang Fever, georganiseerd door INTI op de Shenzhen-HongKong Architectuurbiennale. foto: ZEUS photography.

Nog tot 28 februari vindt de 5e Urbanism/Architecture Biënnale van Shenzhen & HongKong plaats. Het evenement biedt gelegenheid tot discussie over de wereldwijde trek naar de stad. Studies naar en oplossingen voor grootschalige verstedelijking komen in tentoonstellingen en evenementen aan de orde. Door de deelnemende teams zijn op allerlei manieren verbanden gelegd met ontwikkelingen in China; in een serie workshops van het architectenbureau OMA bijvoorbeeld staat het vertalen van een eeuwenoud Chinees manuscript over bouwconstructies centraal. De ambachtelijke details van de traditionele Chinese architectuur worden ter plaatse van blauw styrofoam nagemaakt.

Wat is er voor een bezoeker te zien en te beleven die geen tijd heeft om aan workshops deel te nemen en wat is de basiskwaliteit die een biënnale moet leveren? – vroeg het Nederlandse team van curatoren van de hoofdlocatie The Value Factory zich af. Uitgangspunt vormde een voormalige glasfabriek in een havengebied van Shenzhen. In krap een jaar tijd is het fabrieksterrein volledig getransformeerd. Wie The Value Factory bezoekt, wordt getrakteerd op een architectonische tour vol van verbijsterende zintuiglijke indrukken. De fabriek, nog geen dertig jaar oud maar door de curatoren behandeld als industrieel erfgoed, is volledig binnenstebuiten gekeerd. Zo loop je van enorme lege hallen, langs een urban farm, door intieme tentoonstellingsruimtes naar twee gigantische silo’s, voorzien van een panorama-balkon voor de noodzakelijke snapshots. Terwijl sommige bezoekers eenzaam speuren naar sporen uit het industrieel verleden gaan groepjes jonge Chinezen gewapend met smartphones over duizelingwekkende glazen vloeren op zoek naar de diverse fotogenieke plekken op het terrein. Het bewust leeg houden van de immense ruimtes maakt een zoektocht langs contrasterende ervaringen van materialiteit, akoestiek, lichtinval, geur en uitzichten mogelijk.

De leeggelaten ruimtes bieden bovendien gelegenheid om wisselend gebruik te maken van de immense industriële gebouwen, op een manier die we ook al jaren kennen in Europa, denk bijvoorbeeld aan de voormalige gashouder van de Westergasfabriek in Amsterdam, of fabrieksgebouwen waar het Ruhrgebied mee volstaat.

Platform VOER vroeg Jorn Konijn, één van de curatoren van de Biënnale, welke winst de herbestemming van de ‘oude’ glasfabriek in Shenzhen opleverde en welk type programmering in zijn ogen het meest geslaagd is uitgepakt.

 

Wat maakt een goede biënnale?

tekst: Jorn Konijn

Optreden tijdens de talentenwedstrijd, Da Lang Fever, georganiseerd door INTI op de Shenzhen-HongKong Architectuurbiennale. foto: ZEUS photography.

Optreden tijdens de talentenwedstrijd, Da Lang Fever, georganiseerd door INTI op de Shenzhen-HongKong Architectuurbiennale. foto: ZEUS photography.

Architectuur- en design biënnales schieten wereldwijd als paddenstoelen uit de grond. Ambitieuze stedelijke wethouders gebruiken ze als city-branding, architectuur- en designorganisaties als mogelijkheid tot kwaliteitsverdieping en de vakgemeenschap als jaarlijks netwerkfeestje. Er is geen eenduidig model of kwaliteitsregel voor wat een biënnale zou moeten zijn. Er is meestal alleen een organiserend comité met een idee en wisselend budget. Wat maakt een biënnale dan eigenlijk tot een goede biënnale?

In februari 2012 werden Ole Bouman, Vivian Zuidhof en ikzelf aangesteld als creatief team voor de 5e Urbanism/Architecture Bi-City Biënnale van Shenzhen & HongKong. De vraag wat een biënnale tot een goede biënnale maakt, stond uiteraard ook bij ons voorop. Was het veel publiek? Goede kritieken? Een substantiële legacy na afloop? Wat zou onze editie tot een gedenkwaardige en kwalitatief sterke editie maken?

Als testground voor het vinden van onze antwoorden, kreeg ons team een gigantische leegstaande vervallen fabriek tot onze beschikking. Of we deze in tien maanden even wilden herontwerpen, verbouwen en programmeren, bij voorkeur mét een aansprekend design, mét hoogwaardige kwalitatieve tentoonstellingen én met een continue programma van lezingen, workshops en debatten. Op 6 december jongstleden, dankzij bloed, veel zweet en wat tranen, openden we onze deuren en konden we antwoord gaan geven op onze vraag.

Optreden tijdens de talentenwedstrijd, Da Lang Fever, georganiseerd door INTI op de Shenzhen-HongKong Architectuurbiennale. foto: ZEUS photography.

Optreden tijdens de talentenwedstrijd, Da Lang Fever, georganiseerd door INTI op de Shenzhen-HongKong Architectuurbiennale. foto: ZEUS photography.

Deelnemer in actie tijdens de rollerskating wedstrijd, Da Lang Fever, georganiseerd door INTI op de Shenzhen-HongKong Architectuurbiennale. foto: ZEUS photography.

Deelnemer in actie tijdens de rollerskating wedstrijd, Da Lang Fever, georganiseerd door INTI op de Shenzhen-HongKong Architectuurbiennale. foto: ZEUS photography.

 

Het antwoord vond ik niet bij het ontwerp, waar ik bijzonder trots op ben. Ook niet bij de programmering, dat van een hoog niveau is. En ook niet bij de verrassend hoge bezoekerscijfers, zo’n 5000 per week. Het antwoord vond ik in het bescheiden project Da Lang Fever, geïnitieerd door het International New Town Institute (INTI) gevestigd in Almere. Da Lang is een arme maar levendige wijk in een verre uithoek van Shenzhen. INTI doet al geruime tijd onderzoek naar deze wijk en had enkele lokale winkeleigenaars uit Da Lang gestrikt om een evenement op de biënnale te organiseren. Die uitnodiging werd met beide handen aangepakt waardoor op 14 december de biënnale werd overgenomen door 300 man uit Da Lang die een zang- en skatewedstrijd organiseerden. Boordevol talent, energie en schoonheid raasde Da Lang een dag lang over onze biënnale.

Een biënnale als verheffing van het volk? Integendeel, op 14 december was het vooral het aanwezige vak-publiek dat verlicht naar buiten kwam na de afsluitende zangwedstrijd. De jaloersmakende energie, het enthousiasme en de hoge kwaliteit, daar kan menig evenement in welk architectuurcentrum dan ook nog een hoop van leren. En daarom is het zo goed om ook dit een plaats te geven op een architectuurbiënnale, in goede harmonie met debatten over het gebruik van duurzame materialen of een lezing over snelgroeiende steden. Een goede biënnale is een plek voor velen: architecten, professoren én 16-jarige skateboarders uit Da Lang. Een goede biënnale is een biënnale die uitnodigt, faciliteert en programmeert op een manier die verrast. Een plek waar iedereen zich uiteindelijk thuis voelt.

 

Jorn Konijn is een onafhankelijk architectuur en design curator. Onlangs werd hij aangesteld als curator van de Internationale Design Biënnale van Florianopolis, Brazilië (mei, 2015).

Op de site van het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie zijn verschillende verslagen van de Biënnale in Shenzhen en Hong Kong terug te lezen waaronder dit artikel van Linda Vlassenrood (INTI) over de achtergrond van de wijk Da Lang.

Overblijfsel van het industrieel verleden van de 'Value Factory', locatie van de Shenzhen-HongKong Architectuurbiënnale.

Overblijfsel van het industrieel verleden van de ‘Value Factory’, locatie van de Shenzhen-HongKong Architectuurbiënnale.

Workshopruimte van OMA waarin traditionele Chinese constructies worden nagemaakt van blauw styrofoam. Onderdeel van de 'Value Factory', Shenzhen-HongKong Architectuurbiënnale

Workshopruimte van OMA waarin traditionele Chinese constructies worden nagemaakt van blauw styrofoam. Onderdeel van de ‘Value Factory’, Shenzhen-HongKong Architectuurbiënnale