De restauratie van monumenten, zoals een jachthuis in Doorn gaat prima samen met maatregelen op het gebied van energie en duurzaamheid, aldus architect Daan Bruggink.

Duurzaamheid en monumenten, ecologisch bouwen en monumenten: dat rijmt toch niet? Keer op keer krijg ik die vraag. Ik vermoed dat omdat we geneigd zijn om enkel vanuit energieoogpunt naar gebouwen te kijken – en ja, een oud gebouw, monument of niet, is minder energiezuinig dan nieuwbouw. Monumenten hebben bovendien een lage ‘aanraakbaarheid’, zodat technologische vernieuwing vaak niet mogelijk is.

Toch gaan duurzaamheid en monumenten prima samen, zoals ook blijkt uit de ‘ecologische’ restauratie van Jachthuis Beukenrode in Doorn. Omdat het een monument is, was het uitgangspunt om zowel vanuit historisch perspectief als vanuit restauratie-oogpunt te behouden wat er nog is, terug te brengen wat verdwenen is en te herstellen wat kapot is.

Jachthuis Beukenrode, foto na oplevering in 1872

Jachthuis Beukenrode, foto na oplevering in 1872

‘Goede’ materialen

Wat veel mensen niet op het netvlies hebben: hoe ouder het gebouw, hoe minder ‘foute’ materialen. Veel schadelijke materialen zijn pas in de afgelopen decennia in de bouw geïntroduceerd. Dus hoe meer je restaureert, hoe meer je kiest voor oude en ‘goede’ materialen. Lijnolieverf is nu zelfs hip. Een uitzondering als loodverf bevestigt de regel.

Op het gebied van materiaal- en energieverbruik zijn de voordelen van het in stand houden van een historisch gebouw talrijk. Gebouwen van voor het digitale tijdperk zijn veelal over-gedimensioneerd omdat de computer nog niet alles efficiënt kon doorrekenen. In het geval van sloop-nieuwbouw zijn de energiekosten en CO2-belasting dus altijd hoger, hoe energiezuinig je ook bouwt.

Jachthuis Beukenrode, huidige staat

Jachthuis Beukenrode, huidige staat

Hout-cv

Jachthuis Beukenrode, gebouwd in 1872 als buitenhuis door de familie Kneppelhout, is compact gebouwd en helemaal in gebruik. Daarnaast is er gelukkig nooit veel geld geweest om de boel rigoureus te verbouwen. Veel onderdelen zijn nog in goede staat, slechts een aantal onderdelen is verdwenen.

In het Jachthuis staan gietijzeren monumentale radiatoren met dikke leidingen. Vervangen is vanuit historisch perspectief niet wenselijk. Het helpt de marketing van het gebouw: bezoekers waarderen dergelijke robuuste gietijzeren radiatoren, maar energiezuinig zijn ze niet.

De radiatoren worden van warm water voorzien door twee gasgestookte cv’s. Het landhuis staat echter op een landgoed met veel bomen. Waarom dan geen hout-cv plaatsen die op houtsnippers werkt? Hout-cv in een bijgebouw, warm water in de kelder om het boilervat op temperatuur te houden en vandaar de radiatoren ‘voeden’. Duurzame en hernieuwbare energie zonder verbruik van fossiele brandstoffen. Het energielabel verbeterde dankzij deze maatregel van F naar A.

Renovatie raamkozijn Jachthuis Beukenrode

Renovatie raamkozijn Jachthuis Beukenrode

Persiennes

Vroeger verliep de ventilatie van het landhuis via schuiframen. Door de bovenramen naar beneden te schuiven ging de warme vieze lucht er aan de bovenzijde uit en kwam de frisse schone lucht door het onderste raam weer naar binnen. Een eenvoudige manier van ventileren – dat zien ‘ecologische architecten’ graag. De oorspronkelijke schuiframen worden weer in werking gesteld. Om energieverlies tegen te gaan worden de aansluitingen tussen raam en kozijn voorzien van tochtwering en luchtdichting. Om de warmte vast te houden in ruimtes die niet worden gebruikt, kunnen de oorspronkelijke binnenluiken worden gesloten. Uit onderzoek van de Engelse en Schotse monumentenzorg blijkt dat dit het warmteverlies kan verminderen met vijftig tot zestig procent.

Een belangrijk onderdeel in de restauratie van Beukenrode is het terugbrengen van wat verdwenen is. De drie meest in het oog springende onderdelen zijn de veranda, de bal-dakijn en de persiennes.

De persiennes vertellen een bijzonder verhaal. Op een oude foto van de familie Kneppelhout zittend op de veranda, zie je op de achtergrond in de dagkanten van de ramen de persiennes, een soort louvre-luiken. Aan het gebouw zijn nog de sporen te vinden, echter de afmetingen van de persiennes leken onvindbaar. Tot we op de zolder van de toren een oude persienne vonden: zo konden ze in oude staat hersteld worden.

Familie Kneppelhout op veranda

Familie Kneppelhout op veranda voor Jachthuis Beukenrode.

‘Terugrestaureren’

Met slimme ingrepen en zonder de cultuurhistorische waarde van het monument aan te tasten, is een sprong gemaakt in energiezuinigheid. Een combinatie van aanwezige oude materialen met nieuw in te passen natuurlijke materialen, maakt dat restaureren niet botst met ecologische of duurzame uitgangspunten.

In de geschiedenis van een gebouw van meer dan honderd jaar oud sneuvelt er wel eens wat. Niet alleen door verval of gebeurtenissen, maar ook door regelgeving, veranderend gebruik of gerommel. Van wezenlijk belang is dat je niet moet ‘terugrestaureren’. Je restaureert om het gebouw weer te gebruiken in de komende decennia. Dat is de kern: een gebouw is voor nu en voor de toekomst, niet voor het verleden.

Feiten over jachthuis Beukenrode

Jachthuis Beukenrode is gebouwd in 1872 in eclectische stijl met een aangebouwde uitzichttoren in de stijl van de Italiaanse Renaissance. Het landgoed werd opnieuw ingericht door tuinarchitect Copijn met onder andere een orangerie, een koetshuis, een speelhuisje en een bloementuin. De vleermuizen die in Beukenrode verblijven, blijven gedurende de restauratie gewoon zitten – hun vliegopeningen zijn open. De restauratie is mede mogelijk gemaakt door de Triodos Bank, het Restauratiefonds en het project Erfgoedparels van de provincie Utrecht.

 

Over de auteur

Daan Bruggink, oprichter van architectenbureau ORGA, is ervan overtuigd dat ecologisch en biobased bouwen de toekomst is. Hij staat voor energieleverende gebouwen van natuurlijke materialen uit hernieuwbare bronnen. Naast het ontwikkelen van innovatieve en biobased bouwmaterialen past Bruggink deze ook toe in de praktijk. Hij ontving de Bouwprijs 2013 Talent met Toekomst en werd uitgeroepen tot Alumnus van het Jaar 2013 van de TU Delft. Met een top 10-notering in de MKB Innovatie Top 100 van de Kamer van Koophandel is ORGA één van de meest vernieuwende bedrijven in de bouw.